stijlfiguren
Met stijlfiguren kan een schrijver verrassende effecten teweegbrengen. Een woord dat op een bijzondere manier wordt gebruikt, een formulering die anders is dan anders, een zin met een afwijkende opbouw – allemaal manieren om de lezer even te verwonderen en daarmee dieper de tekst in te lokken.

Er bestaan in totaal meer dan dertig stijlfiguren, de een bekender dan de ander. Sommige schrijvers zullen ze gebruiken zonder zich ervan bewust te zijn. Ook hier geldt natuurlijk dat overdaad schaadt, want als alles opvallend is, is niets meer opvallend. Maar een evenwichtig gebruik van de volgende stijlfiguren kan een tekst een stuk aantrekkelijker maken.

Accumulatie • Opsomming van elementen, bijvoorbeeld om een ritmisch effect te bereiken of om een veelheid te benadrukken.
Luiers, flesjes, slabben, speentjes, speeltjes, kleertjes, doekjes, watjes... je bent nog niet zómaar weg als je met een baby op reis gaat!

Anafoor, anafora • Herhaling van dezelfde woorden aan het begin van opeenvolgende regels.
Ze wilde dansen en zingen tot diep in de nacht. Ze wilde zwemmen in de zee. Ze wilde rennen langs het strand. Ze wilde gezond zijn.

Anticlimax • Opeenvolging van woorden of uitdrukkingen die telkens iets kleiners aanduiden.
Geen dag, geen uur geen minuut – nee, zelfs geen seconde kon hij meer wachten.

Antifrase • Woord dat wordt gebruikt in een zin die tegengesteld is aan de eigenlijke betekenis ervan.
Glimmend van trots kwam hij aanrijden in zijn nieuwe cabriolet. Maar ach, van zo’n speelgoedautootje werd zij niet warm of koud.

Brachylogie • Weglating van zinsdelen om een kernachtige uitspraak te verkrijgen.
Oost west, thuis best.

Chiasma, chiasme, kruisstelling • Verbinding van woordcombinaties die in spiegelbeeld tegenover elkaar staan, of waarvan de vorm spiegelbeeldig is.
De weg was donker en lang; lang en donker werd ook zijn gezicht.

Correctio • Stijlfiguur waarbij de schrijver zijn eigen woorden corrigeert.
Ik dacht, nee, ik wíst dat er iets niet klopte.

Epanalepsis • Wederopvatting van de woorden waarmee men een zin begonnen is, eventueel meerdere keren achter elkaar.
Nooit zou ze zelfs maar een pen hebben gestolen, nooit zou ze zoiets hebben gedaan.

Epanados • Herhaling van een zin in omgekeerde volgorde.
De leugenaar is gewaarschuwd; gewaarschuwd is de leugenaar.

Epitrope • Toegevende redevorm.
Ik begrijp best dat het moeilijk is om alles uit te leggen, maar je kunt het ten minste proberen.

Epizeuxis, opeenstapeling • Onmiddellijke herhaling van een woord of uitdrukking, zonder dat de betekenis daarvan verandert.
Niets, niets kon hem nog op andere gedachten brengen.

Exclamatie • Uitroep.
U was misschien van plan alvast voor volgend jaar te reserveren. Niet doen!

Metafoor, metafora, beeldspraak • Overdrachtelijk taalgebruik gebaseerd op een vergelijking, waarbij de letterlijke benoeming van het beschrevene ontbreekt.
Onze heilige koeien zouden eens wat minder benzine moeten drinken.

Metoniem, metonymia, metonymie • Stijlfiguur waarbij een zaak wordt benoemd bij iets waar het geen overeenkomst maar wel een relatie mee heeft – bijvoorbeeld de kern van een langere parafrase.
De mooiste Willink hangt in Arnhem.

Occupatio • Tegenwerping die de lezer in de mond wordt gelegd om hem vervolgens te kunnen weerleggen.
Nu zult u denken dat ik de regels niet ken, maar ik kan u geruststellen.

Oxymoron • Nauwe verbinding tussen twee tegenstellingen.
De jeugdige grijsaard kon er wel om lachen.

Paraleipsis, paralipsis • Benadrukking van hetgeen men zogenaamd wil verzwijgen.
Je zult mij niet horen zeggen dat ze verwend en egoïstisch is.

Parallellisme • Naast elkaar geplaatste volzinnen die op dezelfde manier zijn opgebouwd en die elkaar ophelderen.
De ingang van het gebouw was rond en rood, waardoor de saaie gevel er ineens veel vrolijker uitzag. De gevel van het pand was recht en grijs, zodat de bijzondere ingang mooi tot zijn recht kwam.

Synecdoche • Het noemen van een deel terwijl het geheel wordt bedoeld.
Hij gaf niet om kleding: welk verschil kon een hemd nou maken?

Vergelijking, gelijkenis • Nadere bepaling van het benoemde door het te vergelijken met iets anders.
Hij ging tekeer als een dolle stier.

 

rodekool en witte kool
wie slecht is slacht
libellebil
croquet wordt kroket
de baker baakt
allarm!
hij eett
haring-ontharing
jullie komt

stijlfiguren
een ivoren bruiloft
hebreeuwse kevers