wie slecht is slacht
Al sinds in 1937 de toneelschrijvers De Hertog en De Hartog de Van der Viesprijs deelden, hebben taalkundigen gewezen op de wonderlijke samenhang die er bestaat tussen Nederlandse woorden met een a en de woorden met een e op diezelfde plek. Ik formuleerde het tien jaar geleden zo: het a-woord geeft de consolidatie, het resultaat, aan van het proces dat het e-woord oproept.

Wat lag werd gelegd, wat zat werd gezet. Met drank werd gedrenkt, met lak werd gelekt. De boom die je velt valt, de vijand die je met lef tegemoet treedt is laf. Wat in de knel zit knalt, wie je temt is tam. Wie slecht is slacht, wie vecht voelt dat in zijn vacht. Wat je strekt is strak, wat je veegt is vaagsel. Als je schelt schalt ’t, en je schept uit een schap.

Maar er is reden tot raden. Zeker: een wekker maakt je wakker, maar waarom word je van een stekker een stakker? Je klept een klap, maar je klapt ook een klep. Je stept een stap, maar je stapt ook een step. Natuurlijk: je meet een maat, je dekt een dak, en je wreekt een wraak. Maar helaas: je veert niet met een vaar, maar je vaart met een veer. Een park ontstaat inderdaad uit een aantal perken, maar ontstaat een bal uit een aantal bellen?

Wie met een peerd over de wegen loopt heeft nog geen paard-en-wagen. Een schepen past wel op schapen, maar je scheert je niet met een schaartje. Niet elke kwakzalver in zwemvest kwekt zelf in zijn zwam vast.

Kortom: (zoals Nelson zei:) geen steen meer om op te gaan staan maar wel een been voor een baan aan wal. De halve helft van een wet is ook wat. Het spreekwoord zegt: Wie wet beweert heeft wet. Daarom is de wet van wet en wat spraakkundig geldig.

(uit: Battus, Een lettertje verschil, 1988)

 

rodekool en witte kool
wie slecht is slacht
libellebil
croquet wordt kroket
de baker baakt
allarm!
hij eett
haring-ontharing
jullie komt

stijlfiguren
een ivoren bruiloft
hebreeuwse kevers