jullie komt
[...] Een andere verandering die we op het spoor komen door een vergelijking van de ANS [Algemene Nederlandse Spraakkunst] met zijn voorgangers uit het begin van de eeuw, betreft de werkwoordsvorm na jullie. Bijna alle grammatica’s van honderd jaar geleden vermelden jullie loopt, jullie gaat, jullie bent (Jullie durft dat niet te doen). Soms wordt ook jullie lopen, jullie gaan en jullie zijn vermeld. Er was destijds een stijlverschil tussen de twee mogelijkheden: de vormen met -t waren vormelijker, zeker beter in geschreven taal, terwijl de vormen met -en informeler waren. Sommige grammatica’s vermeldden trouwens ook nog.

Intussen weten we dat jelui verdwenen is (behalve bij mensen die graag expres ouderwets spreken), evenals de t-vormen bij jullie, en dat nu iedereen zowel zegt als schrijft: jullie lopen, jullie zijn, enz. Jullie was in de negentiende eeuw nog een spreektaalwoord, men schreef gij. Jullie is ontstaan uit gijlieden, gijlui, gelui, jelui, dus uit een verlenging van gij, en kreeg aanvankelijk ook de werkwoordsvorm van gij bij zich. Men zei: gij loopt, gij komt, en vandaar ook gijlieden loopt en gijlieden komt. En zo ook jullie loopt en jullie komt. Het woord gij is men echter almaar als deftiger gaan ervaren, zo deftig dat op den duur bijna niemand het nog gebruikte. Het verband met gij raakte daardoor vergeten en de werkwoordsvorm bij jullie werd gelijkgemaakt aan die bij de andere meervouden, zoals bij wij en zij.

(uit: Peter Burger & Jaap de Jong, Taalboek van de eeuw, 1999)

 

rodekool en witte kool
wie slecht is slacht
libellebil
croquet wordt kroket
de baker baakt
allarm!
hij eett
haring-ontharing
jullie komt

stijlfiguren
een ivoren bruiloft
hebreeuwse kevers