haring-ontharing
Loos, duidt op afwezigheid, zoals lijk duidt op aanwezigheid. Dat gaat niet
helemáál op (een boek zonder één regel tekst is zinneloos, maar er zijn talloze
boeken mèt regels tekst die níét zinnelijk zijn), maar tóch...
Zo is een café zonder kastelein waardeloos, en de tocht naar een voetbalveld zonder goals doelloos. En kijk eens naar: hartelijk-harteloos; eerlijk-eerloos; redelijk-redeloos; eindelijk-eindeloos; werkelijk-werkeloos; heerlijk-heerloos; waarlijk-waarloos; mogelijk-mogeloos; onmiddellijk-onmiddelloos; lavelijk-laveloos; zoutelijk-zouteloos!
Veel woorden worden getrokken door het voorvoegsel ont-, hetgeen aan die woorden een tegengestelde betekenis geeft: wijding-ontwijding; spanning-ontspanning; regeling-ontregeling; binding-ontbinding; snapping-ontsnapping; houding-onthouding; haring-ontharing; luizing-ontluizing; slag-ontslag; bijt-ontbijt; goocheld-ontgoocheld; ologie-ontologie; ijdig-ontijdig.
Soms maakt men de taal belachelijk door voor het voorvoegsel ont-, nog eens het voorvoegsel on-, te plaatsen, om het oorspronkelijke woord zijn betekenis te hergeven. Dan ontstaat er nonsens als: onontwarbaar; onontvankelijk; onontbeerlijk, in plaats van: warbaar; vankelijk; beerlijk.
(uit: Battus, Opperlandse taal- & letterkunde, 1981)