hij eett
De verwarrendste dentaal zie je aan het rechteruiteinde van Nederlandse werkwoordsvormen.
Het is Het is verteld met een d dankzij Het vertelde.
Maar het is Hij vertelt met een t ondanks Hij vertelde.
Miljoenen onderwijzers hebben miljarden schoolkinderen dit vergeefs trachten
uit te leggen. Tegen het rattenkruit van het gezond verstand is geen schoolmeestersrietje
bestand. De dt van Hij brandt blijft idioot, zolang Hij eett
niet moett.
In een spellingsdebat merkte Harry Mulisch eens op dat, als we aan het eind van een woord nooit d en altijd t schrijven (zoals we met f en s doen), dan zijn woordspelige titel De verteller verteld verloren zou gaan.
Hij vergiste zich. Juist bij die spellingshervorming zou de titel De verteller vertelt pas echt woordspelig zijn. Spellingsvernauwing kweekt woordspel. Wat we nu als verwarring cadeau krijgen in De verwekker verwekt en De verlosser verlost, dat zou dan ook kunnen bij De verteller verteld en De begeerder begeert. Geheel onafhankelijk van het Nederlandse spellingsstelsel is de altijd dubbelzinnige titel van het boek De vervuiler vervuilt.
(uit: Battus, Een lettertje verschil, 1988)