de baker baakt
[...] Dit inzicht maakt het verband tussen de achterkanten en en er er erg
eenvoudig op: -en duidt de actie aan (stappen), -er degeen
die de actie uitvoert (stapper).
De zaaier zaait, de maaier maait, de bakker bakt, de kakker kakt, de waaier waait. De karper karpt en de ekster ekst, de filmster filmst en de baker baakt, de blijver blijft en de vijver vijft. Je waadt door het water omdat een lekkere emmer in Emmen lekt. De boer boet, de schilder schilt, de reder reed, en de vlieger vliegt.
(uit: Battus, Een lettertje verschil, 1988)